Nog geen week geleden (dec ’21) heb ik de stam rode Hollandse kropper van Leen van der Sluijs overgenomen – hij had niet meer genoeg tijd voor ze.

Toen ik ze thuis wat nader bekeek, viel mij op dat sommige vleeskleurige snavel- en oogranden hebben, en sommige ook meer rood gekleurde oogranden en sommige een meer aangeslagen snavel.


Variatie in oogrand- en snavelkleur
(belichting niet ideaal, maar voldoende voor dit doel)


Om uit te vinden wat nu correct is, ging ik op zoek naar antwoorden.
Over oogrand- en snavelkleur staat in de huidige standaard enkel bij oogranden en snavel: “Kleur conform de kleur van de bevedering.”
Maar wat betekent dit voor roodroeken (eenkleurig recessief rood)?
Wat moeten de kleuren van oogranden en snavel dan zijn?

Eerst ging ik te rade bij Rikus.
Hij las “conform de kleur” in eerste instantie als “overeenkomen met de kleur”.
Blank is niet juist, zegt hij, het moet de kleur benaderen.
Zoals bij zwart, daar worden snavel en oogranden zwart verlangd.

Maar, als ik het zo lees, zouden snavel EN oogranden dus rood moeten zijn.
Een rode snavel lijkt mij erg lastig te realiseren.

Als je “conform de kleur” echter leest als “Kleur conform de BESCHRIJVING BIJ DE kleur van de bevedering IN HET KLEURENBLOK”, dan wordt het verhaal al anders.

In het Kleurenblok vind ik niets specifieks over de oograndkleur bij recessief rood, maar wel over de snavelkleur:
“De gewenste en genetisch mogelijke snavelkleur is licht!”

In het kader van mijn speurtocht, ben ik op Facebook (in de groep Sierduiven- liefhebbers Nederland) een discussie gestart over de genoemde passage uit de standaardbeschrijving:
Wat moeten de kleuren van oogranden en snavel dan zijn bij een roodroek?
Fabio van Olst gaf aan dat deze passage in veel rasbeschrijvingen is te vinden.
Roy Arbeider gaf aan dat de snavel- en oograndkleur doorgaans gekoppeld zijn – hetzelfde dus.
Hij zegt: omdat de oograndkleur gekoppeld is aan de kleur van de bevedering (net als de snavelkleur) en dit voor alle rassen geldt, worden in de standaard alleen afwijkingen hiervan vermeld.
Zoals rode oogranden bij veel kleurduiven.

Verder gaf Roy aan dat bij sierduivenrood (recessief rood) de oogranden en de snavelkleur blank zijn.
Bij postduivenrood (dominant rood – roodzilver) is de snavel donker hoornkleurig en zijn de oogranden donker grijs.

Wim Halsema gaf aan dat als je het letterlijk leest, dat de snavel en oogranden dan ook rood moeten zijn -met direct daarachteraan: maar dat zal wel niet de bedoeling zijn.
Hij concludeerde dat zoiets in eerste instantie bij de speciaalclub moet worden besproken en bij de clubkeurmeesters van de speciaalclub.
Als die er niet uitkomen, kan de vraag ook nog bij de standaardcommissie worden neergelegd.

Dit lijkt mij een goede route voor de Hollandse kroppers, al is deze zinsnede dus in veel standaardbeschrijvingen te vinden.

Ook nog even gebeld met Piet van den Hurk, als langjarige roodroekfokker.
Voor hem is het duidelijk: snavel en oogranden moeten fijn en licht van kleur zijn.
Niet rood of met aanslag.

Toch ben ik nog wat verder gaan graven.

In het boek Hollandse kroppers van de hand van Jack Beljaars (uitgaven HKC, 1989) staat het volgende beschreven:

In hoofdstuk 8 (Standaard) – “De snavel is blank bij witroek,; zwart bij zwart-, blauw- en grijsroek, bij zwart- en blauwbont en bij de zwartgetijgerden; blank tot donkerhoornkleurig bij de overige kleurslagen, afhankelijk van de veerkleur.” en over de oogranden: “Licht-vleeskleurig tot donkergrijs, afhankelijk van de veerkleur”.

In hoofdstuk 14 (Toelichting op de raseigenschappen zoals genoemd in de standaard) – over de snavelkleur: ”In de standaard is duidelijk aangegeven welke kleurslag de blanke snavel en welke kleurslagen een zwarte snavel als enige mogelijkheid hebben.
Voor de overige kleurslagen kan worden uitgegaan van blank tot donker-hoornkleurig, afhankelijk van de veerkleuren.
Daarbij kan voor fokker en keurmeester het spanningsveld tussen het wenselijke en het haalbare aan de dag treden, zoals bijvoorbeeld bij de kleuren rood en geel.
Een blanke snavel staat wel sjiek en zal in voorkomend geval zeker geprezen worden.
Een lichte mate van verkleuring bij geel tot een wat duidelijker hoornkleur bij rood is daarnaast alleszins acceptabel.
De snavel en de snavelkleur behoren bij de duif, maar zijn voor de Hollandse kropper geen raspunten van de eerste orde.” Over oogranden: “Bij een lichte veerkleur behoren lichte oogranden. Als ze roodachtig getint zijn dan doet dat afbreuk aan de schoonheid van de duif en aan de uitdrukking van het oog.”

Deze woorden van Jack Beljaars geven aan dat bij de roodroek een lichtgekleurde snavel en oogrand worden geprefereerd.

Rood getinte oogranden zijn duidelijk niet gewenst.
Het kleurenspectrum van de snavel en de oogranden is van blank tot zwart, maar rood past daar niet in.

Nog wat verder terug gravend, kwam ik bij De Hollandsche Kropper, Rasbeschrijving – Standaard, een HKC uitgave welke na Mei 1941 is gemaakt met medewerking van o.a. Spruijt.

Hierin staat de hiernaast getoonde afbeelding van een roodroek, van de hand van Johan Lentink.

Dit dier heeft vleeskleurige snavel en oogranden.

In dit werk is over de oogrand te vinden: “Het oog is omsloten door een heel fijnen, smallen oogrand, die bij de lichtgekleurde variëteiten licht vleeschkleurig zal zijn en voor de meer donkerder tot donkergekleurde kleurslagen tot donker blauwgrijs zal verloopen.
Op dit punt vormen snavel, oogrand en nagels één geheel.

De kleur van deze drie onderdelen zal onderling gelijk zijn in overeenstemming van het gevederte, terwijl de bonte vogels echter een witte nagelkleur moeten hebben.”

Het meest interessant in dit laatste werk is echter de standaardbeschrijving, waarin staat dat de snavelkleur voor wit, rood en geel “Vleeschkleurig” behoort te zijn en “de kleur der oogranden regelt zich naar die van den snavel.”

Samenvattend, denk ik te kunnen zeggen dat de passage “Kleur conform de kleur van de bevedering.” m.b.t. oogrand- en snavelkleur verwarring schept en verduidelijking behoeft.
Afgaande op de vermelde passages uit genoemde boeken, behoren snavel- en oogkleur bij de roodroek niet aangeslagen of rood te zijn, maar vleeskleurig/blank.
Wellicht is het dus het overwegen waard als de HKC de standaardbeschrijving op dit punt onder de loep zal nemen en mogelijk aanpassen.

Voor mijzelf is de belangrijkste conclusie, dat ik nu weet in welke richting ik de snavel- en oograndkleur fokken moet.

Toch niet voor niets geweest, al dat gespit.

Quido Valent.

Categorie:

Ga naar voor onze online community     

Veel foto’s van Hollandse Kroppers vind je op

© 2023 – Hollandse Kropper Club

Website gemaakt door Animal Office