Direct naar:
Geschiedenis
Ons grootste en oudste Nationale ras, de Hollandse Kropper, kwam al in de 16e eeuw naar ons land. Naast een flink postuur is dit ras levenslustig en zeer vertrouwelijk van aard. De Hollandse Kropper is een bedaarde, rustige en vriendelijke duif. Zeer imposant door zijn grootte en ballon.

(uit: Hollandse Kroppers)
De herkomst van de Hollandse Kropper is niet geheel duidelijk. Het ras is in de loop der eeuwen vaak beschreven en ook afgebeeld op schilderijen. De gegevens wijzen erop dat het ras in de loop van de zestiende eeuw in ons land tot ontwikkeling is gekomen. Ulyssis Aldrovandi (1522-1605) schreef in het jaar 1600 over grote kroppers met voetbevedering bij de Batavieren. In Engelse literatuur staat dat de Engelse Kroppers uit Holland kwamen en in Duitsland schreef Neumeester in 1837 over de kroppers. Dit werd in 1876 hernieuwd uitgegeven inclusief een bewerking van Prütz, waar hij de dieren “Holländische Kropf Tauben” noemde. Hiermee is de verwantschap van de grote Kropperrassen duidelijk, met name tussen de Hollandse, Gentse, Pommerse, Engelse, Franse en Saksische Kroppers. De rassen kennen sterke overeenkomsten in een aantal hoofdraskenmerken. Deze grote kroppers, oerrassen die al meer dan 400 jaar in Europa voorkomen, worden gezien als de stamvaders van alle huidige kropperrassen.
Door deze verwantschap is men in staat om, indien nodig, terug te grijpen naar de andere rassen, wanneer één ras in de verdrukking komt. Zo werden de Hollandse en Gentse Kroppers over en weer gebruikt om na de tweede wereldoorlog beide rassen weer op peil te krijgen. Hierbij zijn ook Pommerse en Engelse Kroppers ingezet. Soms is er in de Hollandse Kroppers nog iets van deze achtergrond terug te zien.
Rond 1880 was de heer C. Neelmeijer (Middelburg) een zeer toegewijde liefhebber en fokker van de Hollandse Kropper. Bij zijn overlijden in 1904 gingen de duiven naar de heer A.I. van Baarle (Dordrecht-Berlicum) en de heer Dr. J.H. Driessen (Rotterdam). De heer van Baarle was medeoprichter van de Hollandse Kropper Club in 1914 en de eerste voorzitter. Dr. Driessen begon als vice-voorzitter en was zijn opvolger voor maar liefst 25 jaar. De heer C.S.Th. van Gink was de derde oprichter en secretaris-penningmeester. Van zijn hand zijn vele standaardtekeningen van de Hollandse Kropper gekomen.


Het ras kwam echt tot bloei vanaf het moment (rond 1910) dat de heer C.A.M. Spruijt de schouders eronder zette. Hij was het, die het ras voorzag van een brede, sterke basis in wel tweeëntwintig kleurslagen. De vitaliteit werd aanmerkelijk versterkt met een doelbewust fokbeleid.

(uit: De Hollandsche Kropper van A-Z)
Als bekend publicist, zorgde de heer Spruijt met groot enthousiasme, doorzettingsvermogen en enorme productiviteit voor propaganda van het ras. Hij wordt daarmee gezien als een van de belangrijkste grondleggers van de Hollandse Kropper zoals wij die nu kennen. Ook had hij een belangrijke rol als hoeder van ons ras (en vele andere rassen) met de opvang van vele duiven gedurende de tweede wereldoorlog. Burgers was het verboden om ten tijde van de bezetting door Duitsland nog duiven te houden. Mede dankzij de inspanningen van de heer Spruijt zijn vele rassen, waaronder de Hollandse Kropper, van de ondergang behoed.
Hieronder is nog een uitsnede van een film uit 1926 toegevoegd van de Orion Filmfabriek (Den Haag; uit de collectie van EYE, Amsterdam), waarin beelden te zien zijn van het Pleines Duivenpark (Den Dolder) van de heer Spruijt, inclusief bewegende beelden van de Hollandse Kroppers die daar toen leefden.
Aard en gedrag van de Hollandse Kropper (door Fedde van der Ploeg)
Helemaal weg was ik van een 6-tal blauwroek Hollandse Kroppers tijdens een Martinishow in Groningen, omstreeks 1960, waar ik een keer met mijn oom naar toe ging. Het was niet alleen de imposante verschijning van deze dieren. ‘t Was net of ze groter waren dan tegenwoordig, maar dat was echt niet zo achteraf. Het beeld van deze eerste blauwroeken in mijn leven zal ik niet makkelijk vergeten, vooral de 2 duivinnen niet die op hun buik gedrukt lagen en zich door mij gewoon lieten aaien. Er waren op die show echt geen andere duiven waarbij je dat ook kon doen!
In onze standaard staat beschreven dat een Hollandse Kropper bedaard, rustig en vriendelijk dient te zijn. Dat is precies wat we met z’n allen willen! Als je bij goede Hollandse Kroppers in het hok komt horen ze nauwelijks aan de kant te gaan, geen paniek te vertonen, gewoon rustig blijven. In een nieuw hok bij een andere fokker zijn ze meestal heel snel gewend en veel Hollanders hoef je amper te trainen voor een show, zeker de duivinnen. Het is een bekend feit dat duivinnen wel veel aanhankelijker zijn dan doffers, vaak zijn duivinnen zelfs “gekoppeld” aan de fokker zelf en ik merk dat heel veel beginnende fokkers daarvoor gevallen zijn.
Het koeren hoort een warm, donker geluid te zijn. ’t Is mooi te zien hoe een paar doffers koerend tegenover elkaar staan, dreigend dat de ander echt niet dichterbij moet komen, want dan zwaait er wat. Gelukkig komt het zelden zo ver. Ook de lokroep …oe…oe…oe…oe…is kenmerkend, duivinnen kunnen dit soms ook goed. Urenlang per dag kan een koppel zo in hun nestgelegenheid met elkaar “praten”, want de geluiden zullen echt een betekenis hebben.
Dan heb je nog het “vleugelklappen”. Het zijn vooral de doffers die luid klapwiekend van het zitplankje naar de paradeplank of de grond vliegen, of omgekeerd natuurlijk. Hun slagpennen zijn dan in de zomer vaak flink gehavend en hoognodig aan vervanging toe. Ook duivinnen kunnen er wel wat van. Het best komt het stoere vleugelklappen tot zijn recht na een paring. Waar ik ook heel erg van kan genieten is een doffer die buiten op een zitplankje zit, met een opgeblazen ballon en dan ineens iets interessants ziet of hoort en al staand op z’n plekje, dit begroet met enkele ferme vleugelklappen boven zijn kop en soms zelfs naar onderen! Enkele duivinnen in mijn hok doen dit ook wel eens, met name als ze mij uit huis zien komen in hun richting, lekker stoer doen. Prachtig om te zien en te horen.
Het broedgedrag is een verhaal op zich. Het begint met de lokroep in het nest. Na vele paringen zullen er een paar eieren komen en begint het broeden, overdag de doffer en ’s avonds en ’s nachts de duivin. De aflossing ’s ochtends laat, is vaak mooi om te zien: de doffer komt langzaam aangelopen en geeft tekens dat hij wil broeden, soms wil de duivin door gaan en zitten ze een tijdje samen in het nest, heel aandoenlijk om te zien, vooral als er enige koergeluidjes aan te pas komen. Uiteindelijk gaat de duivin wel weg, ze wil ook wel even wat eten, drinken en zonnen. Bij een nestcontrole door de fokker hoort een Hollandse Kropper niet als een wilde met zijn vleugels te slaan, zodat de eieren heen en weer rollen. Een echte Hollandse Kropper ondergaat dit rustig en “schokt” een beetje met een vleugel of pikt (voorzichtig) een paar keer op de bedreigende hand.
Als na een dag of 18 de eieren uitkomen, blijven ze elkaar aflossen. Wanneer de jongen 3 a 4 weken oud zijn, zet ik ze meestal in de buitenvolière onder het overkapte gedeelte, vaak zitten er dan meerdere jongen en die zoeken elkaar altijd op. Zo leren ze zelf ook snel het voer op te pikken. Het is mooi om te zien hoe de andere Hollandse Kroppers deze jongen met rust laten. Soms is er een overmoedige doffer die enthousiast koerend er omheen stapt, maar dat duurt slechts even. De ouders weten hun jongen meestal wel terug te vinden, maar het gebeurt heel vaak dat de gezamenlijke ouders alle jongen voeren en het niet zo nauw nemen. Inmiddels duurt het niet lang meer of het volgende legsel is er.
In de tentoonstellingskooien reageren ze rustig op diverse voor hen onbekende geluiden e.d. Ook op de imitatielokroep…”OE”… van keurmeesters, fokkers en anderen reageren ze bijna altijd. Mooi om te zien is hoe onze kroppers in de kooien reageren als hun baasje er aan komt.
Een ander charmant verschijnsel is het “hupje” van vooral de duivinnen, na een paring of zomaar in een enthousiast moment in een kooi, op de paradeplank of elders. De afzet is dan met 2 pootjes en de landing ook, typisch voor ons ras. Ook de doffers laten ons dit “sprongetje” regelmatig zien, met name voor of na het paringsritueel.
Tijdens het schoonmaken van het hok blijven ze meestal rustig zitten, vooral als je het regelmatig doet. Soms gaan ze zelfs even op de schouder of je hoofd zitten. Als je een “echte” Hollandse Kropper even vast pakt voor een kleine inspectie op weet ik wat, zal dat geen probleem zijn en als hij/zij weer rond loopt, is het alsof er niets aan de hand was, lekker rustig weglopen en doorgaan met de dagelijkse gang van zaken.
Al met al een duif om verliefd op te worden en te blijven, alleen al vanwege het bedaarde, rustige en vriendelijke gedrag dat toch wel heel bijzonder is als je het met andere rassen vergelijkt!
Houden van Hollandse Kroppers
Mede gezien de aard van het dier is het vrij eenvoudig om te houden van de Hollandse Kropper. Het houden van deze vogels is ook niet ingewikkeld, maar het vraagt wel om enkele aanpassingen. Deze aanpassingen hebben vooral van doen met specifieke uiterlijke kenmerken. Dit zijn ten eerste het formaat van de dieren, waardoor zij per dier wat meer ruimte vragen, en ten tweede de forse voetbevedering, welke wij graag mooi houden.
Meer ruimte betekent minder dieren in het hok, maar vooral ook ruimere broedgelegenheden. Een goed formaat voor een Hollandse Kropper broedhok is 80 cm breed, 60 cm diep en 60 cm hoog. Er zijn fokkers die met succes gebruik maken van standaard broedschalen, maar er wordt ook veel gebruik gemaakt van grotere alternatieven. Deze hebben doorgaans een diameter van 30 cm en worden bijvoorbeeld gevonden in tuincentra.


Vaak worden de grotere broedschalen echter zelf gemaakt, bijvoorbeeld van hout of van 30 cm rioolbuis. Deze zijn 5 cm hoog en met doek overspannen. Dit laatste zorgt ervoor dat de eieren altijd op het laagste punt komen te liggen. Dat is bij het been van de ouder dat het gewicht draagt. Het gevolg is, dat het andere been veilig kan worden neergezet, zonder op een ei te landen. Zie ook de uitleg van Jan Weierink in dit Artikel.
De houten en PVC broedbakjes worden ook belicht door de heren Van Wel en Maessen in het boek “Hollandse Kroppers – kroniek van de Hollandse Kroppers in de jaren tachtig van de twintigste eeuw”, van de hand van de toenmalige voorzitter van de Hollandse Kropper Club Jack Beljaars.

In dit zelfde boek, dat overigens zeer waardevol is voor elke Hollandse Kropper fokker, wordt ook uitgebreid aandacht besteed aan het goed houden van de voetbevedering. Naast de nadruk op een schoon en vooral droog hok, worden zitgelegenheden getoond, die voorkomen dat de voetveren in contact komen met de muur. De veren blijven vrij hangen rond het ronde zitje. Des te vaker de duiven op deze zitjes plaatsnemen, des te minder risico is er dat de voetveren in contact komen met de mest. Ook bij loopgelegenheden van andere aard, zoals loopplanken in hok of ren, is het van belang om deze vrij van de muur (en zeker het gaas!) te plaatsen, zodat de voetveren minder snel beschadigd worden.

In het overige is de Hollandse Kropper zeer vergelijkbaar met ‘gewone’ duivenrassen en in het bijzonder met andere kropperrassen. Gezonde duiven heb je in een droog hok met voldoende ruimte en frisse lucht (zonder tocht). Ook Hollandse Kroppers gaan graag naar buiten, in een ruime ren of voor de vrije uitvlucht. Dat laatste vraagt wel om een omgeving zonder zware roofvogeldruk of overmatige aanwezigheid van katten. Vliegen doet de Hollandse Kropper verbazingwekkend goed, al is ie niet altijd de snelste. Niets is mooier dan ze al blazend rond te zien vliegen. Ze genieten van zowel zon als regen en ook gaan ze graag in bad, wat de reinheid van de voetbevedering weer ten goede komt.

Met grote duivenrassen is het doorgaans verstandig om niet te vroeg in het jaar met de fok te starten. Eind februari, begin maart is vroeg genoeg en geeft de opgroeiende jongen de kans optimaal van warmte en zon te profiteren. Hollandse Kroppers zijn prima in staat de eigen jongen groot te brengen. Er zijn ook fokkers die van voedsterduiven gebruik maken, om zo meer jongen in een jaar groot te kunnen krijgen. Om te voorkomen dat er te zwaar wordt gezeten op aangepikte eieren of pasgeboren jongen, is het aan te raden om een verzwaarde pingpongbal of kleine aardappel of iets dergelijks in de schaal te leggen. Hierdoor komt er minder druk op het broedsel, wat mislukkingen voorkomt.

Ook qua voer heeft de Hollandse Kropper geen heel speciale eisen en ook niet heel veel meer nodig dan kleinere duiven. Tijdens de fok is wel een goede kweekmengeling aan te raden, want de jonge vogels moeten in korte tijd flink groeien. In deze periode mag er ook ruimer worden gevoerd. Vergeet zeker ook niet voldoende grit en kiezel te verstrekken.
Verder is het vooral genieten van dit mooie, oude Hollandse ras met bedaard karakter. Het is eenvoudig om een interactie met de dieren op te bouwen, waarbij sommige dieren zich onbezorgd zullen laten aanhalen. Het invangen van de dieren op het hok gaat zonder ophef. De voorbereidingen voor de show richten zich met name op het goed houden en krijgen van de voetbevedering en een beperkte training in de kooi. Tentoonstellingskooien zijn 50×50 cm en een trainingskooi is liever ook niet kleiner. In de trainingskooi kunnen dieren wennen aan de omgeving en leren reageren op de mens. Enkele korte sessies (hooguit enkele uren) met meerdere dieren (best doffers en duivinnen) naast elkaar werkt goed. Kom af en toe langs, praat met ze, koer tegen ze, geef ze wat lekkers. Voorkom dat ze overtraind raken, waardoor ze juist lastiger te beoordelen worden. Stop dus op tijd en overdrijf het niet.
Uiteraard is iedereen van harte welkom binnen de Hollandse Kropper Club. Leden zijn altijd bereid om kennis en dieren uit te wisselen en daarnaast is het gewoon altijd heel gezellig. Meer informatie over de Club is hier te vinden.
Standaard

(Blauwbont zwartgeband)
Standaard van de Hollandse Kropper – versie april 2024
Land van oorsprong: Nederland.
- Er is door de Club in 2023 een aanpassingen in de Standaard voorgedragen aan de Standaardcommissie. Aanpassingen die nog niet officieel zijn geaccepteerd en doorgevoerd, zijn in deze versie aangeduid middels een cursief en onderstreept lettertype.
Algemeen voorkomen
Zeer groot met forse schouderbreedte en borstdiepte; gelijke verdeling van voor- en achterpartij; diep gesteld; geleidelijk ontplooiende, soepele ballon; rechte ruglijn die met de grond iets minder dan een halve rechte hoek vormt; rijk ontwikkelde been- en voetbevedering.
Raskenmerken
| Type | Breed, diepe borst, gelijke verdeling voor- en achterpartij |
| Stand | Diep, buik en hielen vrij van de grond; helling ruglijn iets minder dan een halve rechte hoek |
| Kop | Langwerpig met licht gewelfd voorhoofd, gelijkmatig verlopend naar de nek |
| Ogen | Bij alle kleurslagen donker oranje-rode iris en strakke, zwarte pupil |
| Oogranden | Smal en fijn; kleur conform de kleur van de snavel, zoals omschreven in het kleurenblok van de NBS Standaard |
| Neusdoppen | Klein |
| Snavel | Middellang; kleur conform de kleur zoals omschreven in het kleurenblok van de NBS Standaard |
| Hals | Zeer lang, licht gebogen en soepel en omgeven door de grote ballon |
| Ballon | Naar voren geblazen, gerond en geleidelijk overgaand in de schouders, de rug en de borst |
| Borst | Breed en diep met recht, vol bevleesd borstbeen |
| Rug | Zeer breed en vlak, in een rechte lijn verlopend naar de staart |
| Vleugels | Breed en goed gesloten, vleugeldracht normaal. De vleugeleinden reiken bijna tot aan het staarteinde |
| Staart | Stevig, vlak, staartdracht normaal |
| Benen | Middellang, krachtig en evenwijdig onder het lichaam geplaatst; soepel doorzakkend in het enkelgewricht, waardoor de kenmerkende diepe stelling ontstaat; voorzien van vier goed gespreide tenen en geheel bezet met een sterk ontwikkelde, geronde en gesloten bevedering die de benen en de tenen geheel bedekt. Voetstuk goed gerond. De gierhakken sterk ontwikkeld en binnenwaarts gericht zodat zij de ruimte achter de benen geheel afsluiten |
| Bevedering | Overvloedig ontwikkeld, glad aanliggend en soepel. Haarstructuur op de krop toegestaan, is een vorm van rasadel |
Kleurslagen
Wit, zwart, rood en geel, blauw zwartgeband, blauwzilver donkergeband, roodzilver geband en geelzilver geband, blauwschimmel zwartgeband.
Zwartbont, (dominant) roodbont, (dominant) geelbont; blauwbont zwartgeband, blauwzilverbont donkergeband, roodzilverbont geband en geelzilverbont geband.
Zwart-, rood- en geelgetijgerd.
Kleur en tekening
Zie voor kleuren het hoofdstuk “Specificatie van kleuren” in de NBS-standaard.
De kleuren intensief, respectievelijk zuiver.
Blauwschimmel: met banden.
Bont: halvemaanvormige slabtekening op de ballon, buik vanaf het onderste gedeelte van de borst tot aan de aars, aan beide vleugels minimaal 7 aaneengesloten buitenste slagpennen en de been- en voetbevedering wit. De overige bevedering gekleurd; schild ovaal gerond.

Getijgerd: Over het gehele lichaam, met uitzondering van de voetbevedering, slag- en staartpennen. De romp, kop, hals en het veugelschild zijn bedekt met witte en gekleurde veren door elkaar en zo regelmatig mogelijk verdeeld. Voor de beoordeling is de wit/kleur verdeling in de voetveren, slag- en staartpennen niet zwaarwegend. Hierbij is zowel gekleurd als afwisselend wit en gekleurd toegestaan.
Opmerking: ‘Zo regelmatig mogelijk’ hoeft niet te betekenen dat de verdeling kleur/wit zo veel mogelijk om en om is. De gekleurde veren kunnen ook de overhand hebben, maar moeten dan wel regelmatig afgewisseld worden met witte. Omgekeerd kunnen de witte veren de overhand hebben, maar dienen dan regelmatig afgewisseld te worden met gekleurde. Op die manier kan een getijgerde Hollandse Kropper een donkere of lichtere verschijningsvorm hebben, mits de verdeling op het lichaam maar regelmatig is !”
Ernstige Fouten
Te klein of te smal; stijve beenstand; te opgerichte stand; op de hielen liggen; te weinig actie; te kleine ballon; ronde ruglijn; onvoldoende of sterk naar voren gerichte voetbevedering; kale hielen; slechte rugafdekking; misvormde tenen, ontbrekende nagel, eendenvoet; donkere, gevlekte of parelogen; donkere snavel bij wit; bij bont in één of beide vleugels minder dan 7 buitenste witte slagpennen; ontbrekende slab.
Beoordeling
Na het algemeen voorkomen zijn de volgende raskenmerken in onderstaande volgorde van betekenis:
- Type, beenstelling en stand
- Actie
- Halslengte
- Ballon
- Ruglijn en rugafdekking
- Oog- en snavelkleur
- Voetbevedering
- Kleur en tekening
Ringmaat: 14 mm (S14)
Toegevoegde raskenmerken
De Hollandse Kropper is een bedaarde, rustige en vriendelijke duif. Zeer imposant door zijn grootte en ballon. Het is het grootste en oudste Nederlandse sierduivenras.
Erkende kleurslagen van de Hollandse Kropper
Erkend zijn de volgende kleurslagen: Wit, zwart, rood en geel, blauw zwartgeband, blauwzilver donkergeband, roodzilver geband en geelzilver geband, blauwschimmel zwartgeband, zwartbont, (dominant) roodbont, (dominant) geelbont; blauwbont zwartgeband, blauwzilverbont donkergeband, roodzilverbont geband en geelzilverbont geband, zwart-, rood- en geelgetijgerd.
Niet erkende kleurslagen kunnen geshowd worden in de AOC klasse. AOC staat voor “Any Other Colour”. In deze klasse kunnen dieren worden geshowd in kleurslagen die niet erkend zijn voor het desbetreffende ras, maar wel voor tenminste één ander erkend ras. Dieren in de AOC klasse dingen niet mee naar de ereprijzen, wel naar aparte prijzen voor deze klasse.
De verschillende kleurslagen zijn hieronder getoond in de vorm van standaardtekeningen gemaakt door Johan Lentink.
























