Een leven lang plezier van duiven, in het bijzonder de Hollandse Kroppers.

Het begon voor mij allemaal met duiven op jonge leeftijd, toen werd ik besmet met het duivenvirus. Als jochie van een jaar of 7 kreeg ik al belangstelling voor duiven, welke bij ons in de buurt op vrij grote schaal gehouden werden. Een hokje bestond toen uit een paar “sinaasappelkistjes”, welke we bij de groenteboer ophaalden; een stukje gaas ervoor en je had een hokje. Van postduivenhouders bij ons in de buurt kregen we ook wel eens “sierduiven” welke aangevlogen waren op die hokken, waar ze niets mee konden en deze werden dan bij ons gebracht en uitgewend.

Inmiddels had onze vader een echt duivenhokje voor mij en mijn broertje gemaakt boven op de schuur bij ons achter het huis. Een paar jaar later zij mijn opa tegen ons “Als je echt mooie duiven wilt hebben moet je naar de duivenmarkt in Barneveld gaan”. Mijn eerste sierduiven werden dus gehaald op de welbekende duivenmarkt te Barneveld, waar ik met een paar vrienden en een broer op de fiets naar toe ging in de vakantietijd. Een afstand per fiets van ruim 120 kilometer heen en terug, om even een paar duiven te bemachtigen. Iets wat heden ten dage niet meer denkbaar is!

Zoals zo velen onder ons, met toen nog beperkte kennis van de geslachten, kwamen ook wij bedrogen uit, want de twee koppels Oud Hollandse Meeuwen die wij aanschaften bij een handelaar te Barneveld bleken dus 3 doffers en 1 duivin te zijn. De eerste echte sierduiven, Oud Hollandse Kapucijnen, werden aangeschaft bij Albert Kersten welke ook dicht bij ons in de buurt woonde. Naar later bleek was hij ook lid van De Driehoek, dus een lidmaatschap bij De Driehoek was de volgende stap.

Naderhand werden er ook Hollandse Kroppers aangeschaft bij dierenspeciaalzaak Kunst in de Lange Zandstraat te Deventer waar we ook ons duivenvoer haalden. Via Gerhard Kelderman, ook lid van De Driehoek, werden we erop geattendeerd dat er voor Hollandse Kroppers een speciaalclub was. We zijn toen in 1974 lid geworden van de Hollandse Kropper Club (HKC).

Net zoals zo velen onder ons die beginnen met sierduiven, maakten ook wij de fout dat we alles wat we mooi vonden haalden en in de hokken plaatsten. Die hokken stonden toen ook zowel bij onze ouders als bij een oudere broer van ons, welke “opzichter” was van antikraakwoningen welke op den duur afgebroken werden – daar konden we veel duiven kwijt op de slaapkamers(!) We hadden toen wel een paar honderd duiven.

We gingen ook “met de trein” naar de vergaderingen van de HKC te Soestduinen. Ik was toen nog niet in het bezit van een auto-rijbewijs, vandaar dat we met de trein gingen. Daar ging voor mij en mijn broer een geheel nieuwe wereld open; we wisten niet wat we zagen. Wat een prachtige Hollandse Kroppers werden er gefokt door de leden van de HKC en in zulke mooie kleuren.

We keken onze ogen uit en waren in het duivenparadijs beland.

Tijdens de vergadering van de HKC in 1976 kwamen we in contact met Henk Snijders. Naderhand Henk gebeld en die had er wel een paar over. Een afspraak gemaakt op 30 oktober 1976 (een dag na mijn trouwdag). Henk dacht “die komt nooit”, maar toch gegaan en een paar mooie blauwbonten opgehaald.

Een aantal jaren later is mijn broer overgestapt op postduiven, wat toch een heel andere tak van sport is, en ging ik alleen door met sierduiven, want daar ligt toch mijn hart en ziel.

Naast Hollandse Kroppers fokte ik destijds Vedervoetige Eksterkroppers, Akener Bandkroppers, Gaditano Kroppers, Krulduiven, Oud Hollandse Kapucijnen en Cauchois. Later, toen onze kinderen wat groter werden, kwamen er voor onze zoon Michael ook nog Kings, Altstammer Tuimelaars, Erlauer en Hongaarse Schimmels bij. Onze dochter Amanda kreeg ook interesse voor duiven en zij kreeg van Jan Kuster Duitse Modena’s in de kleur blauw Gazzi, later heeft ze er zwart Schietti bij gehaald. Nu onze kinderen zelf een gezin hebben, is de interesse voor sierduiven een beetje weggeëbd, maar Michael heeft nu wel een volière met vogeltjes.

Ik heb de Hollandse Kroppers in meerdere kleurslagen gefokt. Het begon met Wit, Blauwbont, Roodzilverbont, Roodbont en Geelbont. Sinds 1988 fok ik Zwartbont. Deze had ik verkregen via Berend Beekhuis, welke ze weer had van de heer Wolfwinkel uit Veenendaal. Na een uitdaging van Herbert Vleeming in 2005 ben ik me meer gaan specialiseren in Zwartbont. Met vallen en opstaan is dat redelijk gelukt, mede doordat ik er via Henk Snijders Roodbont door heen gekruist heb.

Ik heb plek in mijn hok voor 6 koppels, dat probeer ik altijd maar dat lukt vaak ook niet, want ik vind dat je goed op de kwaliteit van een Hollandse Kropper dient te letten en dan kan het best zo zijn dat je een jaar met minder koppels genoegen dient te nemen. Een jonge Hollandse Kropper dient wel over goede kweekkwaliteiten te beschikken om een plaats te verdienen voor de kweek van het jaar erop. En als blijkt dat de ouderdieren achteraf toch niet de verwachte kwaliteit overbrengen op hun nakomelingen, wordt het ouderkoppel inclusief de nakomelingen weggedaan. Je kunt niet alles aan houden, als je dat doet dan heb je een hok vol duiven maar heb je eigenlijk niets.

Met veel plezier houd ik nu nog steeds de Hollandse Kroppers en dat hoop ik nog een tijdje vol te houden.

Met plezierige groeten,

                                         Gert Sterling

Categorie:

,

Ga naar voor onze online community     

Veel foto’s van Hollandse Kroppers vind je op

© 2023 – Hollandse Kropper Club

Website gemaakt door Animal Office