© Copyright  Hollandse kropper club

SCHAKELPEN van Jan Weierink



Ome Henk,

Ome Henk was een bijzonder man. 
In 1940 gemobiliseerd, krijgsgevangen gemaakt, naar Polen getransporteerd, terug met TBC. 
Revaliderend in een sanatorium. Kortom, hij had veel te vertellen.

Als klein jongetje vond ik die verhalen prachtig. 
Graag vertelde hij mij die dan ook. 
Misschien ook doordat hij in mij een beetje zijn zoon zag ... zelf had hij 3 dochters.

Naast deze verhalen wist hij ook met veel enthousiasme te vertellen over zijn postduiven. 
Af en toe mocht ik met hem het hok in. 
Erg spannend en bijzonder.

Toch kwam Ome Henk elke keer tijdens zijn verhalen weer terug op een bepaalde duif: de Hollandse Kropper. 
Voor hem waren dat “de duiven”. 
Hij kon ze beschrijven als geen ander.
Waarom hij deze duiven zelf nooit gehad heeft? Ome Henk liet die vraag onbeantwoord. 
Wel ben ik die verhalen nooit vergeten.

Natuurlijk begon ik ook met postduiven. 
Een koppeltje van Ome Henk en een koppeltje van 2 broers uit Ootmarsum. 
De duiven deden het prima. Jongen te over, en vliegen zoals een postduif moest vliegen. 
Dat moesten ze ook van mij. Stilzitten op het dak was “verboden”. 
Zag ik ze zitten dan ging er al snel een steentje hun kant uit. 
Zelfs duiven zijn slim ... ze gingen hogerop zitten. 
Dit was knap onvoordelig voor mij. 
Het steentje kon ze niet meer bereiken. 
Als de berg niet naar Moses komt, moet Moses maar naar de berg. 

In dit geval moest Jan maar het dak op. 
Gevolg: een uitglijder en dwars door het golfplaten dak van de garage van mijn vader. 
Resultaat: duiven moesten de deur uit.
Einde eerste hoofdstuk duiven.

Tweede hoofdstuk duiven.
Begin jaren 70 kwamen bij mij de Hollandse Kroppers weer in beeld. Hoe en waarom weet ik niet meer. 
Mijn eerste koppeltje (s) heb ik in ieder geval, hoe kan het ook anders, bij Henk Snijders weggehaald. 
Blauwbont natuurlijk en blauwzilver. 
Veel plezier heb ik eraan beleefd en ben zelfs lid geworden van onze HKC. 
Zelfs een aantal jaren tijdens mijn studentenperiode in Groningen heb ik de Kroppers nog gehad. 
Met veel liefde verzorgd door mijn vader. 
Maar tja, Dit was het ‘m natuurlijk ook niet. 
Alle duiven gingen naar een paar neefjes van mij, die er nog jaren plezier aan gehad hebben.
Einde tweede hoofdstuk duiven.

Derde hoofdstuk duiven.
Huisje boompje beestje. 
Jan, inmiddels getrouwd en ook een aantal eitjes laten uitbroeden. 
Klaar met verbouwingen etc. begon ik weer te denken aan de Hollandse Kropper. 
De kleur geel intrigeerde mij altijd al en via via kwam ik er achter dat een zekere Marinus uit Vriezenveen deze kleur fokte en er regelmatig wat te koop had. 
Ik dus de stoute schoenen aan getrokken en op naar ’t Vjenne. 
Naar behoorlijke onderhandelingen kon ik een koppeltje kopen. 
Het begin van nu al jaren fokplezier.

De beginjaren vooral de roekkleuren en momenteel meer de schimmelkleuren met de daaraan gekoppelde gebande duiven. 
Meestal heb ik zo’n 15 koppels met best aardige kweek- en show -resultaten. 
Het belangrijkste is dat ik erg veel plezier aan deze duiven beleef, meestal tot groot onbegrip en hilariteit van familie, vrienden en collega’s. 
Ik ben maar gestopt met de pogingen om aan buitenstaanders uit te leggen waarom duiven en waarom Hollandse Kroppers. 
Gewoon “omdat ik het leuk vind”.

Een sportieve duivengroet uit Nijverdal!

mei 2013

 

         

                       

© Copyright Hollandse kropper club  |   Design www.Barten.eu